Het ontwikkelen van een burn-out

Artikel geselecteerd voor u

Ondanks dat werkstress een groot probleem is, zien velen een burn-out niet aankomen. Opvallend is dat veel mensen voorafgaande aan een burn-out dezelfde fasen doorlopen. Hoe deze fasen eruit zien? Lees het hier.

Werkstress is een veel gezien maatschappelijk probleem; maar liefst 17% van de Nederlandse beroepsbevolking heeft burn-out gerelateerde klachten. De werkende beroepsbevolking bestaat uit zo’n 8 miljoen werknemers, waardoor 1.3 miljoen Nederlanders te maken heeft met burn-out gerelateerde klachten. Burn-out klachten komen relatief vaak voor bij jongere werknemers en vrouwelijke managers. De kans op een burn-out neemt toe in beroepen waarbij de emotionele betrokkenheid hoog is, zoals de zorg en het onderwijs.

Opvallend is dat veel mensen een burn-out niet zien aankomen. In de spreekkamer wordt vaak gezegd; “ik wist niet dat mij dit kon overkomen”. Toch ontstaat een burn-out niet van de ene op de andere dag. Volgens psychologen en schrijvers van het boek “Burn-out bei frauen: Über das Gefühl des Ausgebranntseins” doorlopen mensen twaalf fasen voor ze in een burn-out terecht komen. Deze twaalf fasen hoeven niet in chronologische volgorde doorlopen te worden, maar de meeste mensen met een burn-out herkennen zich achteraf in de fasen. Het is belangrijk om de fasen van een burn-out tijdig te herkennen, hieronder worden de fasen beschreven.

  1. Bewijsdrang
    Een werknemer is in deze fase erg enthousiast over de werkzaamheden en wil graag presteren. Bepaalde persoonlijkheidskenmerken zoals perfectionisme en een groot verantwoordelijkheidsgevoel spelen hierbij een rol. Het presteren is voor de werknemer zo belangrijk, dat men geneigd is om de eigen behoeften aan de kant te schuiven.
     
  2. Verhoogde inzet op werk
    De druk om te presteren neemt in deze fase steeds meer toe. De werknemer neemt steeds meer ‘hooi op zijn vork’ en begint moeite te krijgen om het werk los te laten. Om de hoeveelheid werk ‘te kunnen bolwerken’ start de werknemer met het maken van overuren.
     
  3. Verwaarlozen van eigen behoeften
    In deze fase begint de werknemer de eigen behoeften steeds meer aan de kant te schuiven. Vaak begint dit bij de verwaarlozing van sociale contacten, welke ondergeschikt aan het werk lijken. Tevens wordt de gezonde leefstijl verwaarloosd, waardoor men bijvoorbeeld veel koffie drinkt, rookt of stopt met sporten.
     
  4. Vermijden van conflicten en behoeften
    Op dit moment begint de werknemer voor het eerst vast te lopen, vaak is het nog onduidelijk waar de problemen vandaan komen. Door het verwaarlozen van de eigen behoeften beginnen er spanningen te ontstaan op de werkvloer en heeft de thuissituatie eronder te lijden. Vaak ontstaan er in deze fasen gevoelens van bedreiging en paniek.
     
  5. Herevaluatie van waarden
    In deze fase begint alles ondergeschikt aan werk te lijken, hierdoor veranderen de prioriteiten. Mensen en dingen die eerst belangrijk waren, zijn dit niet meer. De emoties worden steeds meer afgevlakt en het empathisch vermogen naar anderen neemt af.

       6. Ontkenning van het probleem
           Men lijkt in deze fase steeds cynischer te worden; er is veel ongeduld naar anderen, waardoor problemen in het sociaal contact ontstaan. Men erkent dat er problemen zijn, maar ziet vooral het werk zelf als de oorzaak van het probleem.

  1. Ontwenningsverschijnselen
    In deze fase is men geneigd om zich steeds meer terug te trekken. De enorme hoeveelheid stress wordt gereguleerd met ongezonde copingstrategieën. In deze fase is men geneigd om drank en drugs te gaan gebruiken en ligt verslavingsproblematiek op de loer.
     
  2. Verandering in gedrag
    Op dit moment begint het gedrag opvallend te veranderen, de afstandelijkheid naar anderen neemt nog meer toe. Wanneer de omgeving de gedragsverandering opmerkt en uitspreekt, kan men hier niet mee omgaan. Het gevolg is een geïrriteerde reactie en sociale contacten die nog meer onder spanning komen te staan.
     
  3. Depersonalisatie
    In de depersonalisatie fase ervaren mensen zichzelf niet meer als “eigen”, het is alsof ze zijn afgesneden van de wereld. Alles gaat “op de automatische piloot”.
     
  4. Innerlijke leegheid
    In deze fase voelt men zich vaak apathisch en uitgeput. Deze gevoelens worden vaak afgewisseld met angst- en paniekaanvallen. Men probeert het gevoel van leegte te compenseren met ongezonde copingstrategieën, zoals overeten of het gebruik van middelen. Door deze ongezonde coping voelt men zich uiteindelijk nog slechter.
     
  5. Depressie
    In de depressiefase voelt het leven als zinloos en nutteloos. Men is ernstig somber, heeft veel negatieve gedachten over zichzelf en het leven. Tevens kunnen er suïcidale gedachten voorkomen.
     
  6. Burn-out
    Tijdens de uiteindelijke burn-out fase stort men volledig in. Men is zowel op geestelijk als lichamelijk vlak volledig uitgeput. Men heeft veel suïcidale gedachten en heeft acuut hulp nodig om uit deze situatie te komen.

Herken jij jezelf, of iemand anders in bovenstaande fasen? Het is belangrijk om tijdig hulp te zoeken! Dit kan bijvoorbeeld met een arbeidspsychologisch onderzoek. Binnen het arbeidspsychologische onderzoek wordt een uitgebreide analyse gemaakt van persoonskenmerken, psychosociale factoren, copingvaardigheden en mentale veerkracht. Het ontstaan van burn-out problematiek wordt in kaart gebracht, evenals de mogelijkheden en beperkingen met betrekking tot het arbeidsvermogen.

Heb je vragen over één van onze expertises, onze psychologen denken graag vrijblijvend met je mee! Bel hiervoor naar: 030- 208 0319, of mail naar expertises@birdview.nl

Bron: brn-out.com