Interview met psychiater Erwin van Meekeren

Deskundige aan het woord

Volgens onze psychiater Erwin van Meekeren is het thema 'werk' binnen de GGZ een 'blinde vlek' en wordt er niet veel over gesproken. Binnen de arbeidsgeneeskunde is er juist minder kennis over psychische problematiek. In dit interview lees je waarom integratie van beide werelden zo belangrijk is én hoe werk kan zorgen voor herstel en rehabilitatie.

Werk als onderdeel van een zinvol leven
‘Binnen de GGZ is het thema werk een blinde vlek. Bij arbeidsgeneeskunde is te weinig kennis over psychische stoornissen. Je moet beide integreren’, vindt psychiater Erwin van Meekeren. ‘Werk is wezenlijk voor herstel en rehabilitatie.’ 

Van Meekeren werkt al ruim 35 jaar als psychiater in de GGZ en is als zelfstandig psychiater onder meer verbonden aan BirdView. Volgens hem bestaat er een grote kloof tussen arbeidsgeneeskunde en curatieve geneeskunde ‘Aan de ene kant bedrijfsartsen en verzekeringsartsen (UWV)– zij zijn gefocust op mensen weer aan het werk krijgen en hebben vaak te weinig aandacht voor-  en kennis over psychische problematiek die achter werkuitval kan zitten. Aan de andere kant de GGZ -  die is gericht op behandelen en genezen, waarbij het onderwerp werk liever wordt uitbesteed. In het kader van herstel zou het sociaal-maatschappelijke terrein – waaronder werk - meer op de agenda moeten.’

Hij pleit voor synergie van beide werelden. Werk is wezenlijk voor het bestaan, en daar moet je volgens hem tijdens behandelingen net zo goed over praten als over andere onderwerpen. ‘Mensen met (ernstige) psychische stoornissen hebben vaak problemen op het gebied van zowel relaties als opleiding/werk. Het einddoel van elke behandeling is dat zij weer zoveel mogelijk kunnen meedoen aan het maatschappelijk verkeer. Hiervoor is naast een veilig sociaal netwerk ook een zin- en betekenis gevende maatschappelijke participatie essentieel. Zo wordt het herstel en de veerkracht vergroot, mede door het gevoel erbij te horen.’

Autisme
Van Meekeren ziet cliënten met en zonder baan, cliënten die tijdelijk zijn uitgevallen, met zowel hoog- als laagopgeleid werk. ‘De laatste groep heeft vaak eentonig, weinig inspirerend werk, en als ik er naar vraag hoor ik vaak: “Mijn baan is niet leuk, maar ik heb weinig keus.” Als ze terugkeren naar hun oude plek vallen ze vaak terug in hun oude patroon. Misschien wil iemand een opleiding doen, of ander werk -  als je het aankaart komt dat vaak naar boven en kun je daar iets aan helpen veranderen.’

Hij noemt voorbeelden. ‘Mensen met autisme zijn goed in te zetten voor specifiek werk. Ze letten meer op details dan op het geheel en kunnen bijvoorbeeld bij de politie camerabeelden bekijken; zij zien dingen die andere over het hoofd zien en kunnen bijdragen aan het oplossen van zaken. Gebruik dat talent. Ze zijn ook goed in ICT, maar weten zich weinig raad met sociaal verkeer: bedrijfsuitjes en borrels. Bespaar hen die en leg dat uit aan collega’s die misschien denken dat “ze niet mee willen doen”. Of mensen met ADHD, die haken vaak af in de opleiding of bij ongestructureerd werk en komen mogelijk op een verkeer spoor terecht. Daardoor blijft er veel potentie liggen.’

Dilemma’s
Er zijn tal van dilemma’s in het gewone leven. ‘Neem een hoogopgeleide vrouw met een goede baan, die ook verantwoordelijk is voor de mantelzorg (ouders), en de zorg voor haar kinderen. Ze worstelt met een eeuwig schuldgevoel dat ze ‘alles’ – carrière en zorg voor haar naasten - net niet goed genoeg doet. Zij loopt risico op burn out of een depressie. Of stel dat je een depressie hebt gehad, zeg je dat tegen je collega’s? Of als je gaat solliciteren, meld je dan je psychische problematiek? Maak dit soort dilemma’s bespreekbaar, dan kan iemand vooruit.’

‘De kern is: laat vanaf het begin van de behandeling werk een item zijn. Probeer “uit de instelling” denken, over het dagelijkse leven van mensen en heb het over gepast en prettig werk. Stel allerlei vragen, zoals je dat over iemands relaties doet, bijvoorbeeld “Hoe zie je je werk?” Mensen vinden het fijn, is mijn ervaring, om het ook daar over te hebben. Deze benadering sluit aan bij positieve psychologie: behandeling richten op waar iemand naar toe wil, op hoe iemand zijn/haar leven wil inrichten. In plaats van aan de cliënt vragen: waar wil je van af? Dan is de blik sterk gericht op het verleden en de onmogelijkheden die dat met zich meebrengt.’

Voor de GGZ heeft hij een aantal aanbevelingen:
-Zet het thema ‘werk’ als vast item in het behandelplan; 
-Verbeter vaardigheden van patiënten/werknemers – zoals zelfreflectie, zelfcontrole en coping -  specifiek op werk gericht; let op zowel kwetsbaarheden als mogelijkheden; 
-Betrek als dat aan de orde is de (potentiële) werkgever/leidinggevende/HR en voer gezamenlijk gesprekken over krachten en kwetsbaarheden. Of zorg voor heldere informatie daarover; 
-Zorg voor afstemming en samenwerking met alle betrokken instanties (curatief, arbeidsgeneeskunde, werkgever, gemeente etc.). 

Bron: Kenniscentrum & Psychiatrienet