Leg de regie weer bij zorgverleners

Over medisch leiderschap en de hoge werkdruk in de zorg.

Als medisch specialisten niet meer zelf hun patiënten uit de wachtkamer ophalen valt er veel tijd te winnen. Het lijkt een mooie efficiencyslag maar artsen zelf zitten daar echt niet op te wachten: voor hen verdwijnt dan de eerste belangrijke indruk die kan bijdragen tot de diagnose. Ik vind dit voorbeeld tekenend voor de toenemende kloof tussen beleid en de werkvloer.
Een maatregel die geen vakinhoudelijk verbetering is, de autonomie van zorgprofessionals aantast en voorbij gaat aan hun medisch leiderschap.

Medisch leiderschap staat hoog op de agenda. Rond Prinsjesdag heeft de federatie van Medisch Specialisten opgeroepen de kracht van medisch leiderschap te onderkennen: maak de intrinsieke motivatie van de professionals (weer) leidend in het zorgbeleid. Dat klinkt logisch, maar dat is het niet.

Het wringt al langer in de zorg. Op het bordje van zorgprofessionals belanden steeds meer taken waar zij wel de verantwoordelijkheid voor hebben, maar steeds minder grip op hebben. Uit gesprekken die we vanuit MedischVitaal hebben gevoerd met zorgprofessionals blijkt dat ze zich voelen ‘als een radar in een groot productiebedrijf’ waarin hun kennis en kunde om mensen te helpen naar de achtergrond verdwijnt. Door de groeiende berg aan administratie en ernstige personeelstekorten is de werkdruk dagelijks enorm. Het verbaast dan ook niet dat burn-out in de zorg hoger scoort dan het landelijke gemiddelde en artsen zelfs aangeven hun vak helemaal vaarwel te willen zeggen. Met de verschuiving van mensenwerk naar administratieve lasten verliezen zij de lol in hun werk waar ze vanuit een roeping bewust voor hebben gekozen.

Dat het anders kan, heeft iedereen tijdens de corona-crisis kunnen zien; zorgverleners werkten nauw met elkaar samen over de grenzen van hun eigen discipline heen – ze namen de verantwoordelijkheid voor het hele zorgproces en ze voelden zich er goed bij. Volgens de federatie moeten we oppassen dat we straks niet terugvallen in regelreflexen en controledrang. De dringende oproep is: help de institutionalisering en bureaucratisering terug te dringen. Laat de regie bij de zorgverlener, ga uit van vertrouwen.

Het woord medisch leiderschap valt al langer, en het omvat meer dan leidinggeven over hun (poli) klinische werkzaamheden. Ze werken in teamverband en moeten goed communiceren met andere specialisten en het verplegend personeel. Hun rol als individuele arts én als teamspeler vraagt om zelfreflectie - ze moeten zich toetsbaar op stellen. Leiderschap betekent ook dat zij de verbinding leggen tussen het management en de werkvloer; ze zijn binnen het ziekenhuis een schakel tussen het beleid en de uitvoerende praktijk.

Al met al schaken en schakelen ze op veel borden tegelijk. En daar moeten ze beter in ondersteund worden, onder meer door training in communicatievaardigheden en leiderschap competenties, in het leren feedback naar elkaar geven en het aanreiken van tools om hun eigen terrein beter af te bakenen zodat ze zich kunnen wijden aan hun kerntaak: patiëntenzorg. 
En ook dat er ruimte is om zich binnen hun vak te blijven ontwikkelen. Hen daarin faciliteren is dus het tegenovergestelde van beleidsmaatregelen van bovenaf.

Volgens de federatie leidt het versterken van medisch leiderschap tot een beweging van vernieuwing die vanaf de werkvloer wordt aangejaagd. Er zijn overal in het land honderden initiatieven voor netwerkgeneeskunde, e-health, zorgevaluatie en gepast gebruik en de juiste zorg op de juiste plek.
Hun conclusie onderschrijf ik: willen we de patiënt de beste zorg blijven bieden, toegankelijk, innovatief en betaalbaar, dan moet de intrinsieke motivatie van de zorgverleners leidend zijn. Inderdaad, de druk in de zorg smeekt om meer leiderschap zodat artsen grip hebben op het eigen systeem. Het is eigenlijk zo evident: het leidt tot meer tevredenheid, minder stress en minder werkuitval.