Zo word je lekker ongelukkig als twintiger

Artikel geselecteerd voor u

In dit artikel vertelt Randy Paterson over het leven van de twintiger. Hoe blijf je als twintiger lekker ongelukkig? Of kun je hier iets aan veranderen? 

Het leven van de twintiger is niet altijd gemakkelijk; doorgaans zijn er hoge verwachtingen van het leven, maar lukt het vaak niet om deze te realiseren. Psycholoog Randy Paterson vertelt in het NRC over zijn nieuwe boek; “How to Be Miserable in Your Twenties”. In dit boek beschrijft hij wat je als twintiger kunt doen om ongelukkig te blijven. Of maak je de keuze om wel gelukkig te zijn?

Midden jaren negentig leidde de Canadese psycholoog Randy Paterson (nu 62) een therapiegroep voor mensen die een ernstige depressie te boven waren gekomen. De behandeling moest voorkomen dat ze een terugval zouden krijgen. Stel nou, zei Paterson in een opwelling tegen de groep, dat je tien miljoen dollar kreeg om je morgen sléchter te voelen, wat zou je dan doen? Dat vonden de patiënten niet alleen een makkelijke vraag (in bed blijven liggen, junkfood eten, niemand zien, denken aan alles wat je ooit verkeerd hebt gedaan), ze moesten er zelfs om lachen. „Tot nu toe heb ik dat altijd gratis gedaan”, zei een vrouw.

Onlangs verscheen zijn tweede boek op basis van dit idee, over de valkuilen van twintigers: How to Be Miserable in Your Twenties. Met tips als: blijf zo lang mogelijk kind, neem geen enkele verantwoordelijkheid, wacht op toestemming voor alles, leer niet en rebelleer alleen. Of: geloof dat je heel bijzonder bent, wacht tot dat gezien wordt, verwacht dat iedereen je aardig vindt en doe verder niks, want de wereld gaat toch ten onder. En: maak jezelf tot een merk op sociale media maar houd je echte ideeën, opinies en geaardheid voor je, wees lichtgeraakt en boos, daar heb je recht op. Maak nooit plannen, en als je ze maakt: richt je op het onhaalbaar hoge (zo rijk worden als Elon Musk).

Doe dat soort dingen, schrijft Paterson, en je wordt vanzelf ongelukkig. En doe dus vooral het tegenovergestelde als je niet ongelukkig wil worden, schrijft hij ook.

Aan de telefoon vanuit Vancouver, Canada, waar de coronacrisis „minder hevig woedt dan bij onze zuiderburen, maar dan leg je de lat ook wel erg laag”, vertelt Paterson waarom hij zich dit keer op twintigers richt. „De afgelopen jaren merk ik in mijn praktijk dat steeds meer adolescenten, vooral jongens, klem zitten tussen afhankelijkheid en onafhankelijkheid. Ze willen een volwassen leven opbouwen, voor zichzelf kunnen zorgen, iets teweegbrengen, maar ik vind het alarmerend hoeveel van hen bij mamma thuis blijven zitten gamen en verder weinig doen.”

Dat is een wereldwijd verschijnsel, denkt hij. De Japanse hikikomori die zich thuis terugtrekken, halen regelmatig het westerse nieuws alsof ze een exotisch Aziatisch fenomeen zouden zijn. Maar in Italië heten thuiswonende volwassenen bamboccioni (grote baby’s), in de Verenigde Staten wordt de term failure to launch gebruikt (lancering mislukt), en in het Verenigd Koninkrijk spreekt men van KIPPERS: Kids In Parents’ Pockets Eroding Retirement Savings (kinderen die het gespaarde pensioen van hun ouders aanvreten). Een verwante term is NEETs: jongeren die niet studeren én niet werken (Not in Education, Employment or Training). Er bestaat geen heldere, universele definitie van ‘stagnerende jongeren’, dus is een eventuele trend moeilijk te onderzoeken. Maar Paterson ziet hun aantal in zijn eigen praktijk en bij zijn collega’s toenemen.

Het CBS constateerde in 2018 dat Nederland het laagste aandeel NEETs van de Europese Unie heeft (4 procent van de 15-25-jarigen). Maar ook in Nederland gaan twintigers steeds later op zichzelf wonen en vinden ze later een vaste baan. Tja, huizen zijn nu eenmaal duur geworden en vaste banen schaars. Is dat stagneren? Is het niet zo dat jongeren vroeger graag het benauwende ouderlijk huis verlieten om vrij te zijn, terwijl ze nu het vrije ouderlijk huis liever niet verruilen voor de benauwende buitenwereld? Dat geldt vast voor een deel. Maar Paterson maakt zich zorgen, zegt hij, om de jongeren die thuis blijven wonen en daar angstig en somber onder zijn, de jongeren die vast zitten, die geen prettig leven leiden. „Alleen maar blowen, gamen en tv-kijken ís niet leuk.”

En over de decennia heen is er méér veranderd, zegt Paterson, dan stijgende huizenprijzen en minder baanzekerheid. „Ook in de opvoeding bijvoorbeeld. Daar ligt de nadruk tegenwoordig meer op koesteren dan op onafhankelijkheid. Ouders lossen de problemen van hun kinderen op in plaats van het hen zelf uit te laten zoeken.” Dat hij vooral jongemannen ziet die vastlopen en bij hun ouders thuis blijven hangen, wijt Paterson aan seksisme: „Jonge vrouwen krijgen vaardigheden als koken, wassen en schoonmaken wel mee en leren zo beter om onafhankelijk te zijn.”

Corona
Nu het coronavirus heerst, hebben jongeren het nóg lastiger. Veel wegen naar volwassen gedrag – bijbaantjes in de horeca, werken in het buitenland, sporten, experimenteren met relaties – zijn afgesloten of veel moeilijker begaanbaar. Paterson is benieuwd wat er gebeurt als de pandemie voorbij is („als het ooit zover komt”). Gaan jongeren dan helemaal los, meer dan vóór corona, vraagt hij zich af, of is een grotere groep extra bang geworden voor de boze buitenwereld? „Ik vermoed allebei wel een beetje.”Wat had Paterson aan zijn boek voor twintigers toegevoegd als hij eerder van corona had geweten? Hij denkt even na. Dan: „Jonge mensen zijn altijd zo gericht op de deuren die voor hen gesloten zijn: ‘Ik krijg nooit een baan als game designer want ik kan niet programmeren.’ Mijn advies zou zijn: richt je op wat wél kan. Welke deuren staan er voor je open, al zijn het misschien niet je favoriete deuren? Ga een online cursus doen, dat is beter dan niets.”

Richt je op wat er mogelijk is en ga iets doen, dat is sowieso zijn advies. Zelf ging hij al jong psychologie studeren en onderzoek doen als student-assistent van succesvolle psychologen – wat niet meteen klinkt of hij zelf het nou zo moeilijk had, als twintiger. Maar: „Ik was ook homo en het waren de jaren tachtig.” Het hoogtepunt van de aids-epidemie. „Ik zag vrienden om me heen sterven. Dat heeft me heel gevoelig gemaakt voor het feit dat ons verblijf op deze planeet niet héél lang duurt. Dus schiet op, ga wat doen, en vergeet niet plezier te maken.”

Bron: NRC